Achtergrond Roma en Sinti

Image

Afkomst

Roma en Sinti zijn van oorsprong afkomstig uit India. Zij leven verspreid over de hele wereld en hebben een eigen cultuur en taal. Wereldwijd zijn er ongeveer 12 miljoen Sinti en Roma. Acht miljoen Sinti en Roma leven in Europa. De meesten van hen zijn te vinden in de Balkan, met name in Roemenië. Een klein deel woont in West-Europa, het Midden-Oosten, Noord- en Zuid-Amerika en Noord-Afrika. Sinti en Roma zijn over de hele wereld verspreid zijn. Om die reden hebben ze geen vastliggende cultuur of sociale organisatie. Kenmerkend voor Sinti en Roma is het sterk ontwikkelde groepsgevoel en het zich isoleren als groep van de samenleving. Zowel de Roma als de Sinti hebben een eigen taal. Elke subgroep spreekt een eigen dialect dat vaak sterk afwijkt omdat door het ‘gastland’ de woorden­schat, uitspraak en grammatica sterk veranderden.

Levenswijze

Veel Sinti bevolken al eeuwenlang ons land; de meesten wonen in een wagen. De Roma zijn afkomstig uit Oost-Europa. Een tijdlang trokken ze door Europa en werden ze aan de landsgrenzen steeds terug gestuurd. Om een einde te maken aan deze onhoudbare situatie heeft Nederland in 1977 een groep Roma toegelaten en gelegaliseerd.

Tussen de Roma en Sinti is er weinig contact. Ze houden altijd een zekere afstand van de burgersamenleving, die in hun ogen sterk gericht is op het individu en vaste regels. Roma en Sinti daarentegen hebben een meer spontane en op de familie gerichte levenswijze. Ze onderscheiden zich van de burgersamenleving onder andere door een eigen taal, het Romanes en de toepassing van een eigen rechtspraak door de stamoudsten.

Afstand tot burgersamenleving

De afstand tot de burgersamenleving is in het verleden versterkt door de vaak repressieve maatregelen, door vervolging e door volkerenmoord. Zo werden vele Sinti en Roma in de vorige eeuw slachtoffer van de holocaust in de Tweede Wereldoorlog. In hun gemeenschap is vader de autoriteit: hij regelt alles naar buiten.

Moeder heeft de leiding binnen het gezin. Kinderen worden erg beschermd opgevoed. Zij worden bijna nooit alleen gelaten in de burgermaatschappij: vooral meisjes worden tot op 15, 16-jarige leeftijd gehaald en gebracht door vader of een oudere broer. Meisjes krijgen al jong, zo rond het tiende jaar, een aantal plichten in de huishouding opgelegd. Jongens zijn meer autonoom. De kinderen groeien op jonge leeftijd als vanzelfsprekend in de rol van volwassene.

Roma en participatie in samenleving

Voor Roma-kinderen is participatie in de samenleving niet vanzelfsprekend. In 2011 is op verzoek van gemeenten door het ministerie Veiligheid en Justitie en het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid het programma Aanpak uitbuiting (Roma) kinderen opgezet.

Een integrale aanpak die veel kennis en instrumenten heeft opgeleverd. In veel multi-probleemgezinnen met een Roma achtergrond gaan de kinderen niet naar school. Sommige kinderen worden zelfs slachtoffer van bijvoorbeeld gedwongen uithuwelijking, criminele uitbuiting of kinderhandel. Van oudsher beoefenen Roma ambachtelijke beroepen in de handel, muziek of seizoensarbeid.. Veel Roma zijn in Nederland nog steeds laaggeschoold, wat beperkend is voor hun perspectieven op de arbeidsmarkt.

Grote variëteit

Roma zijn in Nederland zijn een zeer diverse groep. Het is daarom belangrijk om heel voorzichtig om te gaan met generalisering. Er zijn gezinnen waar de participatie in de samenleving niet goed gaat en multi-problematiek speelt. Daarentegen komen wij in Nederland ook hoger opgeleide Roma tegen die participeren in de samenleving.

Interessante links Roma en Sinti

Roma en Sinti in beeld

© 2017 OWRS. Realisatie door 2manydots