Op 6 november 2025 organiseerden wij vanuit OWRS een online bijeenkomst over het onderzoek van Oberon naar de onderwijsondersteuningsbehoeften van reizigers-, Roma- en Sinti-leerlingen. Doel van de bijeenkomst was om de resultaten te delen en met deelnemers te bespreken. Ook namen de relevante beleidsmedewerkers van het ministerie van OCW hieraan deel.
Het onderzoek werd gepresenteerd door Walter de Wit, projectleider van OWRS. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van Oberon. Ook Nadine heeft onderzoekstaken op zich genomen, o.a. het uitvoeren van diepte-interviews.
Belangrijkste resultaten:
- Het grootste deel van de respondenten constateert dat in diens ‘school, gemeente of regio’ kinderen van Roma-, Sint- of reizigersachtergrond een ongunstigere onderwijspositie hebben, zich minder thuis voelen op school en een grotere behoefte aan onderwijsondersteuningsbehoefte hebben, ook in vergelijking met andere OAB-doelgroepkinderen. De situatie van reizigers wordt daarbinnen als het minst ongunstig beschouwd.
- De aanbevolen oplossingen spitsen zich toe op twee terreinen:
- Het herstel en opbouwen van vertrouwen en het maken van verbinding. Rolmodellen en verbindingswerkers zijn van groot belang.
- Het ‘zich niet thuis voelen op school’, o.a. door wijdverbreide (ervaren) discriminatie.
Tijdens de presentatie zijn drie discussiepunten geopperd. Deelnemers hebben hun gedachten in de chat gedeeld en onder leiding van Walter is er gediscussieerd over elk onderwerp.
- Het inzetten van brugfunctionarissen:
Over het inzetten van brugfunctionarissen was er overeenstemming: inzet is nodig, het heeft een positief effect, het is ook nodig in het VO en MBO en het zou fijn zijn wanneer scholen met elkaar kunnen samenwerken hierin. Bij voorkeur worden meer brugfunctionarissen aangesteld die zelf een Sinti- of Roma-achtergrond hebben.
- Het inzetten van rolmodellen:
Op de vraag over het inzetten van rolmodellen uit de gemeenschappen, werd ook positief gereageerd. Er worden wel kanttekeningen naar voren gebracht, zoals het overvragen van rolmodellen en dat ze soms in de knel kunnen komen te zitten. Het lijkt de deelnemers belangrijk dat rolmodellen ook vanuit de eigen kring komen en rolmodellen die door hun opleiding succes hebben geboekt, zouden ook zeer waardevol zijn om jongeren te stimuleren om door te zetten in het onderwijs.
- Aanpassingen in de aanvullende bekostiging:
De deelnemers zien voordelen in de aanvraag zo aanpassen dat scholen een plan moeten hebben voor het inzetten van de bekostigingsgelden. Zo zou het geld mogelijk vaker op manieren worden ingezet die ook direct effect heeft op de onderwijskansen van leerlingen met een Roma- of Sinti-achtergrond. Het zou ook de samenwerkingsrelatie tussen ouders en school kunnen versterken, omdat scholen dan meer in contact zijn met ouders, uitleg bieden over de bekostiging en welke mogelijkheden er kunnen zijn om leerlingen te ondersteunen.
Voor vragen over de presentatie of het onderzoek, kunt u contact opnemen met Walter: wdewit@oberon.eu
Het onderzoek kunt u hier terugvinden:
Onderzoeksrapport